zondag 17 maart 2013

Slavernij, een zwarte bladzijde van de geschiedenis

Vijftig bezoekers luisteren naar de
verhalen in Peerke Donders Paviljoen
en Bibliotheek Tilburg Centrum 
Vandaag ontvingen we in Peerke Donders Paviljoen en in de Bibliotheek Tilburg Centrum een groep bezoekers in het kader van de Boekenweek ´Gouden tijden, zwarte bladzijden´, het thema van 2013. Ook de slavernij behoort daartoe: waar Nederland al vanaf de Gouden Eeuw erop uit was om vooral handel te drijven en geld te verdienen, ging dat ten koste van miljoenen slaafgemaakten uit Afrika. Zo schrijft de Surinaamse schrijfster Cynthia Mc Leod in 'Slavernij en de Memorie': Nederland heeft circa tweehonderdvijftig jaar meegedaan aan slavenhandel en slavernij en heeft honderdduizenden Afrikanen tegen hun zin vervoerd naar verschillende delen van Amerika en toch ontbreekt dit historisch gegeven in het collectief geheugen van de Nederlander.'

In Peerke Donders Paviljoen is sinds oktober 2012 de tentoonstelling 'Zielenzorg & Zielenmoord' te zien. Peerke Donders kan als een ooggetuige van de slavernij in Suriname worden beschouwd, aangezien hij gedurnede de 19e eeuw in Suriname verbleef. Hij arriveerde er in 1842 per zeilschip, een reis van enkele maanden. In hetzelfde jaar waarin Peerke naar Suriname vertrok, werd de 'Nederlandsche  Maatschappij ter bevordering van de Afschaffing van de Slavernij' opgericht. Toch gingen de zaken niet snel. De Nederlandse slavenhouders en plantage-eigenaren eisten immers schadevergoeding voor elke slaaf die niet langer dienst zou doen als productiefactor. Bovendien zouden de plantages onteigend worden, aangezien de grond zonder de slaven geen waarde meer had. Pas in 1862 (twintig jaar later) werd een wetsontwerp aangenomen in de Tweede kamer en werd besloten dat elke eigenaar fl 300,- per slaaf ontving als inkomstenderving. 
Cynthia Mc Leod tijdens haar
lezing in de bibliotheek


Daarnaast waren er andere voorwaarden voordat de Nederlandse overheid overstag ging tot afschaffing van de slavernij. Zo moest de opheffing 'bevorderlijk zijn aan de eischen van de Godsdienst, beschaving en stoffelijke welvaart ...' . Vrijgekomenen moesten lid worden van een erkend christelijk geloofsgenootschap en daarom vonden er voor 1 juli 1863 massale dooppraktijken plaats. De Evangelische Broedergemeente maakt zich hierin vooral verdienstelijk.


Poster gemaakt door Bibliotheek MB
ter aankondiging van deze activiteit
Ter voorbereiding op de tentoonstelling in het paviljoen vroegen we ons af, wat Peerke Donders zoal geschreven had over de slavernij, de slaven zelf en de slavenhouders. Welnu, Peerke had er geen goed woord voor over, maar veroordeelde hen niet vanuit naastenliefde. Daarnaast zou het ondermijning van gezag zijn geweest, aangezien de negentiende-eeuwse koningen Willem I, II en III de slavernij lieten voortduren. Opvallend genoeg vinden we echter niets over 1863 en de afschaffing in 'Peerke Donders (1809 - 1887) Een leven in brieven'. Sterker nog, het jaartal 1863 staat slechts enkele malen vernoemd, echter niet gerelateerd aan de vrijlating der slaven.
De bronnen die ons nagelaten zijn, geven een onvolledig of gekleurd beeld van de geschiedenis. Met het boek 'Slavernij en de Memorie' hoopt Mc Leod erin te slagen om de Nederlander iets te laten zien van 'dit ferm gesloten boek over de eigen geschiedenis.' Ook met de expositie 'Zielenzorg & Zielenmoord' hoopt Peerke Donders Paviljoen daaraan een bijdrage te leveren.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten