zondag 12 mei 2013

Peerke Donders onderwijst Indianen


Brief 3 mei 1875
 
In 1875 is Peerke Donders op het Etablissement Batavia bijna 19 jaren werkzaam. Hij bezoekt de plantages in de ‘boven en beneden Saramacca’ voor onderwijs, doop en het bedienen van de H. Sacramenten aan de drie verschillende stammen van Indianen: le Arowakken - volgens Peerke Donders zijn deze ‘Indianen verreweg de beste’- ; 2e Karaibise; 3e Waraus. Peerke meldt dat van deze laatste er weinigen meer in leven zijn en dat ze verminderen ‘door hun zwervend en ongeregeld leven’. Peerkes inspanningen leveren echter resultaten op: ‘Verreweg het grootste gedeelte, ja ik geloof ¾, zijn gedoopt, getrouwd en eenigen gevormd en tot de H. Communie aangenomen.’

Het onderwijzen blijft echter moeilijk: ‘Daar ze zoo verspreid leven. In de Tibiti zijn ruim 100 nagenoeg bij elkanderen. Daar is met goedvinding van Monseigneur en de Superior een Schoolmeester of eigenlijk meer Cathechisant geplaatst om de kinderen en ook grootere te onderwijzen. Dit is pas begonnen en met goed succes. Konden wij dit op de andere plaatsen ook doen; dit was zeer wenschelijk, ja noodzakelijk om er op den duur wat goeds van te maken; doch om hen bij elkanderen te krijgen, dit is de moeijelijkheid.’



Bron: Caribischeletteren.blogspot.com
Voor deze problemen beroept Peerke zich op de goede God: ‘Mag ik dus zoo vrij zijn om mij en die arme Indianen aan uw gebeden aan te bevelen, opdat de goede God in Zijne barmhartigheid hunner ontferme, alsook de Bosch-Negers, die nog voor het grootste gedeelte in het heidendom en afgoderij leven? Wederkerig ook bid ik alle dagen voor U opdat wij alien hier als ware Redemptoristen mogen leven en hierna met elkanderen in het Rijk der Hemelen ons in God mogen verheugen.

Ondanks deze 19 jaar van inspanningen is Peerke Donders nog vooral dankbaar: ‘kan ik den goeden God nooit genoeg danken, dat Hij mij tot onze Congregatie des Allerheiligsten Verlossers heeft geroepen. Moge de algoede God mij de genade schenken om als ware en ijverige Redemptorist te leven en te mogen volharden tot den dood.’

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen